Ga direct naar de hoofdinhoud

Leven naar je ware natuur - voor het ware geluk

Innerlijke veiligheid: waarom ontspannen niet lukt door harder je best te doen

Gepubliceerd op 13 augustus 2026 om 16:59

Je hebt eindelijk een moment voor jezelf. En dan komt de onrust.

Je kunt niet stilzitten. Je hoofd gaat door. En je vraagt je af waarom ontspannen bij jou zoveel moeite kost, terwijl je er nu toch de tijd voor hebt. Het ligt er niet aan dat jij niet genoeg je best doet. Of dat je iets fout doet. Het heeft te maken met hoe jouw systeem werkt. Met je brein, je zenuwstelsel, en met wat het geleerd heeft over veiligheid en onveiligheid.

De hele dag door is je systeem aan het scannen

Via je zintuigen krijg je voortdurend informatie binnen. En je systeem is erop gericht om je veilig te houden. Om te voorkomen dat er gevaar is of dreigt. Dat is een hele primaire functie van je lijf, om te overleven. Je hebt eigenlijk de hele dag een soort radartje aanstaan dat scant: is het veilig of onveilig?

Dat is heel normaal, dat hoort bij ons. Zolang het veilig is, blijf je rustig. Maar als er ergens iets van gevaar dreigt, komt je systeem op scherp te staan.

Een simpel voorbeeld. Ik loop langs de weg en hoor een auto aankomen. Dat gaat allemaal automatisch. Iets in mij checkt: loop ik voldoende aan de kant, heeft die auto ruimte, blijf ik veilig? Mijn systeem gaat ongemerkt van alles doen. En als die auto voorbij is en ik leef nog, dan kan mijn systeem weer terugschakelen naar de ruststand.

 

Misschien heb je wel eens gehoord van het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel. Dat is die afwisseling. Activering, alert zijn, en daarna weer terugkeren naar rust. Alleen zit er iets in dat systeem waar we in deze tijd flink last van hebben. Je systeem heeft geen gevoel van tijd. Het kent geen tijd zoals wij die kennen. En het kan de verschillende soorten gevaar niet van elkaar onderscheiden.

Daardoor ervaar je veel sneller gevaar dan er werkelijk is. Want hoe vaak ben je nou echt in een situatie van leven of dood? Als je heel feitelijk kijkt, komt dat gelukkig maar heel weinig voor. En toch lijkt het alsof we in deze maatschappij continu leven met een gevoel van onveiligheid in onszelf.

Waar die onveiligheid vandaan komt

Dat kan komen door ervaringen die je eerder in je leven hebt opgedaan. En vooral de eerste zeven jaar, vanaf de conceptie, spelen daarin een grote rol.. Als kind doe je allerlei ervaringen op, maar je hebt niet altijd de mogelijkheid om je vecht- of vluchtreactie in te zetten. De reactie die op gang komt kan niet worden afgemaakt. In het lichaamsgerichte werk gaan we ervan uit dat die onafgemaakte reactie in je systeem achterblijft. Dat is ook wat ik in de praktijk telkens terugzie.

Dat zijn eigenlijk allemaal een soort van kleine stukjes onveiligheid. En hoe meer je hebt meegemaakt, hoe meer situaties er waren die overweldigend voor je waren, hoe meer dat zich van binnen opbouwt.

We denken vaak dat het dan om grote traumatische gebeurtenissen moet gaan. Maar trauma zit in zoveel meer.

Je hebt shocktrauma, iets wat echt op dat moment plaatsvindt, zoals een ongeluk. Maar het kan net zo goed gaan om herhaling. Jarenlang gepest worden. Een moeder die snel boos werd, waardoor jij je onveilig voelde. Een familielid dat veel aandacht en zorg vroeg, waardoor jij juist een stuk aandacht hebt gemist. Je niet gehoord of gezien voelen. Een broertje of zusje dat altijd werd voorgetrokken. Een blik van een meester die je je nog steeds herinnert, omdat het iets met je deed.

Er zijn talloze situaties denkbaar die soms meer achterlaten dan je denkt. En dat heeft er niets mee te maken dat jij het niet goed hebt gedaan, of dat je zwak bent. Het was gewoon overweldigend voor je op dat moment, en je kon er weinig mee.

Alles staat of valt met de opvang na zo'n gebeurtenis. Was er opvang voor je? Kon je ergens op terugvallen? Kon de stresslus die van binnen was ontstaan afgemaakt worden? Heel vaak kon dat niet. Er kwam spanning, er werd een activatie op gang gebracht, maar er was geen tijd of ruimte om weer terug te keren naar rust. En dan blijft dat hangen in je systeem.

Je systeem krijgt ook van jou de hele dag signalen van gevaar

Er speelt nog iets. Wij jagen onszelf op in deze drukke maatschappij. Altijd maar druk zijn wekt ook een gevoel van gevaar op. En met je gedachten kun je jezelf net zo goed in die alertheid brengen.

Ga maar na welke gedachten jij zoal hebt op een dag.

  • Denk je vaak dat je niet goed genoeg bent?
  • Dat je nog harder moet werken?
  • Dat anderen je niet leuk vinden?
  • Wat voor gevoel geeft dat van binnen?
  • Geeft dat vertrouwen, rust en veiligheid?
  • Of eerder angst en onveiligheid?
  • En wat gebeurt er dan met je systeem als het die onveiligheid detecteert?

Het is vrij zwart wit. Veilig of onveilig, dat zijn de twee standen. En heel vaak, zonder dat we het in de gaten hebben, slaat de wijzer uit naar onveilig. Dan gaat je systeem zich mobiliseren om te overleven. Vechten, vluchten, bevriezen. En daar komt die continue aanstand vandaan. Zo wordt het chronische stress.

Een hond die schrikt schudt zich daarna uit. Veel dieren doen dat, en het wordt gezien als een manier om de stressreactie af te ronden. Bij ons werkt dat niet zo. Wij kunnen die energie vaak niet kwijt. En dus bouwt het zich op van binnen.


Liever luisteren? Ga dan hier  naar de podcastaflevering:


Waarom rust in het begin juist onveilig voelt

Wat is dan het beste medicijn tegen onveiligheid? Eigenlijk heel simpel. Veiligheid.

Maar waar doe je die op? Dat is iets waar je systeem aan moet wennen. En vaak voelt het in eerste instantie helemaal niet veilig, maar oncomfortabel. Want om je veilig te houden kiest je systeem altijd de bekende weg. Wat het gewend is. En als het veel onveiligheid gewend is, zal het daar ook eerder voor kiezen, terwijl het misschien helemaal niet goed voor je is. Maar het voelt op een bepaalde manier wel veilig.

Dat is een beetje paradoxaal.

Het maakt ook dat zoveel mensen onrust ervaren bij stilte. Ze willen even stil gaan zitten, en dan popt die onrust juist op. Omdat het niet veilig voelt. En daar zit het hem in. Dat vraagt geduld, vertragen en zachtheid. Terwijl we leven in een maatschappij waarin alles snel moet. Presteren, bewijzen.

Ik snap heel goed dat je er zo snel mogelijk vanaf wil als je je al lang niet lekker voelt. Maar wat nou als dit meespeelt? En als die onveiligheid in jezelf iets heel anders van je vraagt dan wat je tot nu toe hebt geprobeerd? Nog harder je best doen. Nog meer dingen proberen. En jezelf ondertussen onbewust de boodschap blijven geven dat je het niet goed doet.

Wat er in je lichaam gebeurt als je te lang in overleven staat

Als je vaak en veel in die overlevingsstand staat, werken heel veel processen in jezelf niet meer zoals ze zouden moeten.

Alle energie is dan gericht op overleven. Die gaat naar je spieren, om je te mobiliseren en jezelf veilig te kunnen stellen. En dus niet meer naar je hormoonsysteem en je organen. Je brein werkt minder goed. Op een gegeven moment kun je daardoor ook lichamelijke klachten ontwikkelen. Simpelweg omdat de energietoevoer niet voldoende is.

Dat overlevingsmechanisme op zich is heel natuurlijk en we hebben het ook nodig. Het doet ook veel goeds voor ons. Maar de mate waarin zovelen van ons daar nu in verkeren, is een ander verhaal.

Hier vind je een kort animatiefilmpje over de invloed van je kinderjaren op je zenuwstelsel en wat helpt om daar weer verandering in te krijgen. Heel helder weergegeven, en een mooie aanvulling op dit verhaal.

Wat wel helpt

Op social media komt van alles voorbij. Sessies waarin mensen schreeuwen en lichamen die kronkelen op de vloer. Alsof het van de ene grote doorbraak naar de andere gaat. Laat mij je één ding meegeven. Natuurlijk kan dat op dat moment iets doen. Maar het kan ook veel te overweldigend zijn voor je systeem. En je ziet maar een momentopname.

De echte heling begint niet in dat moment. De echte heling begint in je dagelijks leven.

Als je situaties tegenkomt waarin je die onveiligheid wat bewuster gaat voelen, en er ook anders naar gaat handelen. Daar zit je winst.

Dat je je minder persoonlijk aangevallen voelt als iemand een opmerking maakt. Dat je niet meer dichtklapt als je collega iets zegt waar je het niet mee eens bent. Dat je feedback durft te geven. Dat je jezelf minder klein maakt ten opzichte van anderen. Dat je minder hard gaat werken en wat vaker rust durft te nemen.

Veiligheid zit in je lichaam, in je systeem. Niet in je hoofd. Met alleen praten kom je een eind, maar je lichaam heeft het te ervaren.

Stel je een baby voor. Volledig afhankelijk, en als die pijn of verdriet heeft, dan koester je hem. Je wiegt, je troost, je houdt vast. De hormonen die daarbij vrijkomen, zoals oxytocine, werken heel regulerend.

Dat soort zachtheid mag je ook voor jezelf oproepen. Soms helpt het om een lekker kussen tegen je aan te leggen, of een verzwaringsdeken. Om jezelf te gaan koesteren.

Coregulatie is daarbij heel belangrijk. Zoek mensen op, of een therapeut, bij wie jij je veilig voelt. Als die ander veilig voelt, dan reguleer je daarop mee. En zo kun je die veiligheid ook weer in jezelf gaan voelen.

Rust en stilte. Het bos in, een tijd tegen een boom aan zitten. De natuur helpt enorm.

En verwacht niet gelijk iets groots van jezelf. Kleine stapjes. Zie ook wat je al anders doet dan voorheen, en wees daar trots op.

Het nu is je hulpbron

Er is nog iets wat je altijd bij je hebt.

Stress zit bijna nooit in het nu. Ze zit in wat er ooit gebeurd is, of in wat er nog komen moet. Het zijn vaak onze gedachten waar we spanning van krijgen. Ga maar eens na waar je nu bent, terwijl je dit leest. Waar ben je met je lijf? Is er op dit moment gevaar? Dreigt er iets? Of ben je gewoon veilig, en mag je eigenlijk best ontspannen?

Als je beseft dat er nu, waar jij bent, geen gevaar is, dan kan je systeem ook ontspannen. Daarom noem ik het nu je hulpbron.

Twee manieren om daar contact mee te maken.

  1. De eerste is je zintuigen inzetten. Ga scannen. Wat zie je, wat hoor je, wat ruik je? Benoem het maar. Zo haal je jezelf naar het nu en doorbreek je meteen die gedachtenstroom.
  2. De tweede is je adem. Want het mooie is: je kunt niet in het verleden ademen en ook niet in de toekomst. Met je adem zit je altijd in het nu.

Leg één hand op je hart en één hand op je onderbuik. Adem bewust, en maak je uitademing langer dan je inademing. Daarmee breng je direct wat rust in je systeem.

In aflevering 139 van mijn podcast ga ik hier verder op in:

Tenslotte

Als je hierin iets van jezelf herkent, weet dan dat het niet ligt aan jou. Je systeem is het simpelweg nog niet gewend en daar mag je met begrip en compassie mee om gaan. Geef jezelf de kans om nieuwe ervaringen op te doen. Dat heeft je zenuwstelsel juist zo nodig.

Wil je weten of mijn werk bij jou past? Stuur me gerust een bericht, dan denk ik met je mee. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.