Vriendschappen kunnen soms best ingewikkeld voelen. Je raakt teleurgesteld. Je durft je behoeftes niet uit te spreken. Jij doet altijd je best om het contact aan te houden. Je bent erbij en toch voel je je niet helemaal begrepen. Of je merkt dat je jezelf inhoudt. Dat je je snel aanpast. Of dat je bang bent om de ander kwijt te raken.
En misschien herken je dat niet alleen in je privéleven. Maar ook in hoe je je opstelt in je werk. In je team. In je zakelijke relaties. Hoe je leidt. Of juist niet.
Herken je dat? Dan is deze blog voor jou.
Waarom het soms verder gaat dan je denkt
We zijn snel geneigd om naar de ander te wijzen als een vriendschap stroef loopt. Zij doet dit niet goed. Hij luistert niet. Zij maakt altijd van zichzelf het middelpunt.
En soms klopt dat ook gewoon. Maar als bepaalde patronen steeds terugkeren, in verschillende vriendschappen, in verschillende relaties, dan is dat een uitnodiging om ook eens bij jezelf te kijken.
Want wat je in de ander triggert, raakt bijna altijd iets ouds in jou. Iets wat verder teruggaat dan je bewuste herinneringen.
Wat je brein niet weet, onthoudt je lichaam wel
Er is een periode in ons leven die we de preverbale tijd noemen. Dat is de tijd voordat je woorden had. Voordat je brein in staat was om herinneringen op te slaan zoals we die later kennen.
Lang is er gedacht dat die periode geen impact had op ons latere leven. Omdat we er geen bewuste herinneringen aan hebben. Maar niets is minder waar. Want ook al kon je brein nog niet onthouden, je lichaam registreerde alles al wel. Elk gevoel. Elke spanning. Elk moment van nabijheid of afstand. Van veiligheid of onrust.
En dat lichaam draag jij nog steeds met je mee.
Die lichaamsherinnering is bepalender dan je misschien denkt. Ze kleurt hoe je je verhoudt tot anderen. Hoe je reageert als iemand te dichtbij komt. Of juist te ver weg blijft. Hoe snel je je aanpast. Hoe makkelijk je jezelf wegcijfert.
En dat zie je terug in vriendschappen. In relaties. In je werk.
Beluister ook de podcast over dit thema:
Wat er al begon in de baarmoeder
Negen maanden lang ben jij in ontwikkeling geweest. En in die periode, nog voordat je ter wereld kwam, stem je je al af op je omgeving. Je omgeving was toen: je moeder.
Was er nabijheid? Was er stress? Was er ruimte voor jou? Of was er veel spanning? Je kon het niet begrijpen. Je had er geen woorden voor. Maar je lichaam voelde het. En sloeg het op.
En dat is ook de reden waarom sommige dingen in het leven zo moeilijk te plaatsen zijn. Waarom je spanning voelt die nergens op lijkt te slaan. Waarom je reageert op situaties op een manier die je zelf ook niet altijd begrijpt.
Het zit dieper dan je gedachten. Het zit in je lijf.
Mijn eigen ontdekking
Ik deel graag iets persoonlijks. De afgelopen jaren ben ik er steeds meer achter gekomen dat er bij mij in die vroegste periode iets bijzonders speelde. Ik ben alleen geboren tweeling. Mijn tweelinghelft kon niet blijven. En ook al heb ik daar geen bewuste herinnering aan, mijn lichaam weet het nog.
Het heeft sporen nagelaten. In hoe ik met vriendschappen omga. In wat ik daarin nodig heb. In de angst om mensen kwijt te raken die ik liefheb. Ik merkte bij mezelf dat ik altijd onbewust op zoek was naar die verloren tweelinghelft. Naar iemand die me echt begrijpt. Die me volledig aanvoelt. En tegelijkertijd hield ik het ook af. Want hoe meer je van iemand houdt, hoe groter de angst om diegene ook weer te verliezen.
Dat is de dualiteit die ik bij mezelf ken. En die ik ook bij veel vrouwen zie.
Wat dit betekent voor jou
Je hoeft geen alleen geboren tweeling te zijn om jezelf hierin te herkennen.
Want we hebben allemaal een vroegste periode doorgemaakt. We hebben allemaal een moeder gehad die haar eigen verhaal meedroeg. We hebben allemaal ervaringen opgedaan die onze zenuwstelsel hebben gevormd, nog voordat we er woorden aan konden geven. En die vorming zie je terug.
In hoe je je klein maakt in een groep. Of juist de controle neemt. In hoe makkelijk je hulp vraagt. Of hoe hard je werkt om het zelf te doen. In hoe je reageert als iemand te dichtbij komt. Of als iemand afstand neemt.
- Misschien ben jij degene die altijd als eerste contact zoekt. En je afvraagt: als ik dat niet doe, belt de ander dan nog wel?
- Misschien houd je jezelf in vriendschappen in. Niet helemaal jezelf. Uit angst voor afwijzing.
- Misschien voel je je eenzaam, ook als je omringd bent door mensen.
Dat is geen zwakte. Dat is een patroon. En patronen hebben altijd een oorsprong.
Wat er mogelijk wordt als je naar de oorsprong gaat
Als je alleen maar kijkt naar het gedrag — van jezelf of de ander — kom je er niet uit.
Maar als je bereid bent om dieper te gaan. Naar wat er in jou geraakt wordt. Naar waar die reactie vandaan komt. Naar wat er in jouw vroegste jaren is opgeslagen in je lichaam. Dan begint er iets te verschuiven.
Niet omdat je de ander verandert. Maar omdat jij verandert.
Je herkent je patronen sneller. Je kunt er anders mee omgaan. Je beschermingsmechanismes mogen langzaam verzachten. En je kunt dichter bij jezelf komen. En daarmee ook dichter bij de mensen om je heen.
Dat is wat innerlijk werk doet. Het geeft je jezelf terug.
Tot slot
Weet dat je niet de enige bent. En weet dat er niks mis met je is. Iedereen draagt iets met zich mee. Iedereen heeft zijn of haar vroegste ervaringen die nog steeds doorwerken. De een heeft een grotere portie meegekregen dan de ander. Maar niemand is onbeschadigd door dit leven gegaan.
En dat is ook niet het punt. Het punt is: ben je bereid om te kijken? Naar wat er in jou leeft. Naar wat jou terughoudt. Naar wat er mogelijk wordt als je dat durft te voelen.
Jouw mooiste leven ligt niet in de toekomst. Het begint hier. Met jouw eigen oorsprong.
Wil je hier verder over in gesprek? Neem gerust contact met me op:
Reactie plaatsen
Reacties